Moengo in een notedop

Zijn voormalige companytowns levensvatbaar? Of kun je een duurzame gemeenschap niet baseren op geldelijk gewin?

Wanneer volgend jaar de bauxiet concessie van SURALCO verloopt heeft Moengo dan nog een reden van bestaan? Of is het vanaf dan 'een hond zonder baas', zoals een Moengonees het treffend uitdrukte. Welk gemeenschappelijk perspectief biedt de meeste kans?

 Het toekomstig eeuwfeest van Moengo is tevens haar einde als lucratief wingebied voor Bauxiet. Naar verwachting zal als laatsste handeling het voormalig stafdorp worden ontdaan van de bauxiet toplaag. Daarmee komt er een einde aan een historische periode . De Amerikaanse firma Alcoa koopt in 1916 van de Nederlandse staat het recht om te mijnen. De directe aanleiding is de eerste wereldoorlog. Transport vanuit Europa is lastig en onzeker. Het is lucratief om dicht bij huis de grondstof voor aluminium te mijnen.

 In Moengo wordt in 1916 korte tijd een ideaal stadje gebouwd. Geheel geimporteerd. Om te zorgen dat de arbeidsomstandigheden aantrekkelijk genoeg waren voor de Amerikaanse staf worden naast medische voorzieningen ook sport- en culturele facilteiten aangelegd. Moengo is zelfvoorzienend, met een eigen boerderij en powerplant.

Ook de werkkrachten komen van elders. De staf is Amerikaans. Javanen en dwangarbeiders uit Frans Guyana vormend eerste arbeidsreserve.

 

foto boek 1927

plattegrond van Moengo, boven roze weekloners, onder maandloners. Rechts boven stafdorp. Tussen stafdorp en de rest stond een slagboom.

MOENGO DE MOOISTE

De standaard van leven is ongewoon. Het is decennialang het mooiste Stadje van Suriname. Maar dat was het niet Surinaams. Het is een bedrijfsterrein. Met strikte bedrijfsregels. Alleen wie er werkte mocht overnachten in Moengo. Na zes uur moesten alle losse marronarbeiders het terrein verlaten naar de overkant van de rivier: naar Happyland, zoals dat door de amerikanen genoemd werd. Een zelfde verbod gold voor ongetrouwde vrouwen. Géén contract, geen verblijf.

Binnen de concessie golden strikte rassenscheiding. De staf is blank, hoger personeel Javaans, lager personeel creools, losse arbeiders marron. Voor verschillende werknmers zijn verschillende wijken. Stafdorp is tot in de jaren zeventig strikt voor blanken.

Pas in de zestiger jaren komt er een snelweg en is toegang tot Moengo over land mogelijk. Moengo wordt deel van Suriname en is een attractie. De eerste supermarkt van Suriname krijgt een eigen ansichtkaart.

Na de binnenlandse oorlog, wanneer de meeste werknemers naar Paramaribo vertrokkenen zijn, wordt de 'apartheid' onzinnig. Kleur is niet langer een onderscheidende factor. Je bent een company man of niet.

marrondorp aan de rivier 1955 (!).

Oorlog als vormend principe

Moengo blijft haar hele economische geschiedenis verbonden met oorlog. De eerste wereldoorlog is haar ontstaansreden. De tweede wereldoorlog de economische piek, vanwege de noodzaak van aluminium voor vliegtuigen. Daarna komen nog de Korea en Vietnam oorlog. Het einde aan de voorspoed komt einde jaren zeventig. De krimp is gestaag, en wordt door de binnenlandse oorlog 1986-92 versneld. Ondertussen is zijn door de val van de muur de defensie budgetten gekrompen en komt er concurentie uit het voormalig oostblok. De concessie heeft haar economisch bestaansrecht overleefd.

 Het tweede leven Moengo krijgt na de binnenlandse oorlog vorm. Na de vrede tussen Bouterse en Brunswijk, in 1992, komen uit de dorpen naar Frans Guyana gevluchte marrons naar Moengo en kraken daar de leegstaande Suralco arbeiderswoningen. Hiermee krijgt de bevolking van Moengo een ander karakter. Er is niet langer een middels een gezamenlijke werkgever gedeelde identiteit. Plichten en rechten zijn niet meer dezelfde. Inkomensverschillen vergroten. De hosselcultuur doet zijn intrede. Teglijkertijd krimpt het belang van Moengo voor Suralco. Onderhoud aan het stadje zelf wordt minder en minder. Moengo verloederd zienderogen. Het mooiste stadje van Suriname raakt aan lager wal. Voor de rest van Suriname het toonbeeld van de slechte invloed van marroncultuur.

 

Moengo Art Park

beeld Moengo Magic, 2014, Bart en Klaar, landmark en publieke ruimte bij afslag Moengo

Tegen deze achtergrond starten de in Moengo geboren en getogen marron jongens Marcel Pinas en Ken Doorson in 2008 het project Moengo Art Park. Zij willen proberen middels toerisme de plaatselijke economie een impuls geven. Deels door de traditionele marroncultuur te tonen, deels door moderne cultuur eenplek te geven. Dit initiatief leidt tot het Moengo Festival of the Arts in 2015. Thema: tembu fu libi. Art for Life.

Op deze vraag richt zich ons werk 'Maar de lucht is van iedereen'.

  Is het mogelijk een nieuwe gedeelde identiteit te vinden in het maken en verzinnen van je alledaagse cultuur? Kan een nieuwe zelfstandige productiviteit vorm krijgen? Wat is de houding om naar die toekomst te komen? Dit zijn vragen die we in en met het werk onderzoeken.

Tot ons groot geluk hebben we kunnen samenwerken met kunstenaar Kurt Nahar, een kritische en belangrijke deelnemer aan het culturele leven in Suriname.

lesgeven aan kinderen op de Tembe Art Studio, Bart en Klaar 2014

DAG 8: installatie met muurschildering Kurt Nahar in wording